Deze pijp toont de Hongaarse Revolutie van 1848, begonnen op 15 maart 1848 met enkele demonstraties, maar breidde zich snel uit over het land. In april werd een regering gevormd die van Hongarije een autonoom land wilde maken met de Habsburgse Keizer als koning. Oostenrijk verzette zich hiertegen waardoor er een twee jaar durende burgeroorlog uitbrak. Eind 1849 riep Franz-Josef de hulp in van het Russische leger om de orde te herstellen, wat snel lukte. De Habsburgse keizer nam het gehele Hongaarse gebied weer in met absolute macht voor Frans Josef. De afgebeelde redenaar is de beroemde Lajos Kossuth (1806-1894), Hongaars nationalistisch en liberaal politicus. In de eerste autonome regering van 1848 werd Kossuth minister, na de val van deze regering in september van hetzelfde jaar zelfs president-gouverneur van de nieuwe republiek die hijzelf uitriep. Direct daarna ontbrandde de burgeroorlog met Oostenrijk. Zo moest hij in november 1849 het land ontvluchten. Vanuit het Ottomaanse Rijk reisde hij naar Engeland en later de Verenigde Staten, waar hij in beide landen als voorvechter voor de democratie in Hongarije als held werd ontvangen. Zijn pogingen om Amerika te laten interveniëren in Oostenrijk voor de Hongaarse zaak mislukten echter. Vanaf 1852 leefde hij tot zijn dood in 1894 als balling in Turijn. Kossuth dankte de flitsende carrière van eenvoudige landadel tot staatsman grotendeels aan zijn talent voor welsprekendheid, zowel in politieke debatten als in openbare speeches. Een Amerikaans journalist beschreef hem als: "Among the orators, patriots, statesmen, exiles, he has, living or dead, no superior." Zijn beroemdste redevoering hield hij 24 september 1848 op het marktplein van de stad Cegléd, waar hij met name de notabelen opriep zich te bewapenen tegen Oostenrijk en de jeugd opriep zich als vrijwilliger voor het leger te melden. Niet minder dan 5.000 mannen schreven zich in. |