Collectienummer:

APM 30.001

Deelcollectie:

etnografische pijpen

Titel:

tabakspijp

Trefwoord:

zittende Indiaan, benen ogen en tanden

Beschrijving:

Tabakspijp van hout met trechtervorm ketel met verzwaarde filtrand, ronde onderzijde en rechte steel zonder manchet. Ketel aan de achterzijde verlengd met een doorboord plateau waarop in hurkzit een Indiaan met een staartje midden op het hoofd, de armen gevouwen over de knieën. Ogen en gebit met been ingelegd. Oorspronkelijk recht houten roer verdunnend naar het eind met onopvallende ovaalvormige verdikking waar twee takaanzetten zijn weggevijld.

Datum:

Periode 1600 - 1850


Maten:

AlgemeenHoogte21 cm
KopHoogte6,4 cm
Breedte6 cm
SteelLengte9 cm
Lengte totaal55,5 cm
Gewicht379 gram
Kenmerken
Pijptype manchetpijp
Pijpmodel trechtervorm
Materiaalhout
Techniekgesneden
Kleurdonkerbruin
Overige materialendierenbot (dierlijk materiaal)
Overige techniekengesneden
Overige kleurengeelwit
Gebruikssporen ongerookt
Productie
ContinentNoord-Amerika
LandVerenigde Staten
Regio nationaalGreat Lakes
Volk #0Ojibwe (Chippewa) (?)
Aanwinst
Jaar 2023
Commentaar
Johannes Neander beeldt in zijn Tabacologia (Leiden, 1622) deze pijp af met als beschrijving dat het een houten pijp is die kunstig gesneden is, de binnenzijde van de pijpenkop is met een soort lood bekleed. Afwijkend met deze pijp is dat de Indiaan een lendendoek draagt terwijl de handen op de ellebogen liggen in plaats van eronder. Verder is rond de tige een versteviginsgband aangebracht die hier ontbreekt. De herkomst zou noord-oost Amerika zijn, de stam die hij noemt lijkt het meest op de Iroquois.
Lecluse (p 418) determineert als Iroquois of oostelijke Woodlands, datering c. 1600. Dit specifieke model (p 432) als Iroquois, voor 1600.
Expositie
Amsterdam Pipe Museum, zaal - middenvitrine, 6 november 2023-25 maart 2024.

If you have any comments, suggestions or additions, click here to send us an email