Verbluffende kakiemonstijl
oktober 2025
In de Japanse pottenbakkerijen in de streek van Arita werd in de zeventiende eeuw een decor ontwikkeld gekenmerkt door fijngevoelige takken met schaarse bloemen in een eigenzinnige asymmetrische stijl. Deze schilderstijl wordt aangeduid met kakiemon en vanwege de grote transparantie en bijzondere spanning wordt deze mode snel wereldwijd geliefd. Dat deze bekendheid tot imitatie leidde zal niemand verbazen. De hierbij afgebeelde porseleinen pijpenkop toont deze kakiemon stijl. Het gaat echter om een pijp gemaakt in de beroemde Königlichen Sächsischen Porzellan-Manufaktur in Meissen, het voorwerp dateert van rond het jaar 1730. Hoewel de inspiratie onmiskenbaar bij het decor in de Oost lag, zien we toch duidelijk Europese invloeden. Waar de takken bij het Japanse kakiemon buitengewoon transparant zijn met een grillige vormgeving en deels bladerloos, is de Europese versie sterker verwant aan de bonte bloemendecoraties van andere Meissen decors met meer bloem- en bladwerk. Verder bepaalt het bonte gebruik van kleuren de smaak voor de Europese markt. De heldere maar niet realistische kleuren - let bijvoorbeeld op de bladeren in blauwtint - verraden Japanse inspiratie, maar in de uitwerking zoeken we tevergeefs naar de overtuigende Japanse identiteit. Het blijft een echt Europees object, maar vanwege de wonderlijke mix uiterst zeldzaam in zijn soort.
Amsterdam Pipe Museum APM 30.432
PermalinkGestileerde ruiter te paard
oktober 2025
Deze uitbundig versierde pijp moet je tweemaal bekijken eer je weet hoe de kop aan de steel steekt. Het is een ingenieus ontwerp van de Sotho, een subvolk van de Xhosa uit het oostelijke deel van Zuid-Afrika. Zoals daar gebruikelijk is de pijp gemaakt van acaciahout met een donkerbruine kleur, maar in zeldzame gevallen zien we een vleug lichtere tinten tegen geel aan. Bij deze pijp is dat rond de hoeven van het staande paard goed te zien. De pijpenkop zit verscholen tussen de nek van de viervoeter en de ruiter en hierin herkennen wij de stameigen lichte ovaalvorm. Om het hout tegen inbranden te beschermen is aan de binnenzijde een flinterdunne plaatijzeren bekleding aangebracht. Na het snijden van de figuren is nog inlegwerk met lood toegevoegd. Dat gebeurde door het oppervlak uit te snijden en met vloeibaar lood te vullen om vervolgens de overtol met een mes te verwijderen. De betekenis van dit loodwerk is bepaald niet duidelijk. Naast twee dierfiguren en enkele geometrische patronen zijn een paar krullen over de ketel gestrooid. Het meest aantrekkelijk aan deze tabakspijp is echter de bijzondere stilering van ruiter en paard. Let op de verstrakte kop van het dier en vooral de uitbeelding van de ruiter met zijn wonderlijke geometrisch gevormde hoofd met twee kraaltjes als fixatiepunten. Met weglating van de details is toch een overtuigende ruiter neergezet, een opmerkelijke prestatie!
Amsterdam Pipe Museum APM 30.967
Permalink